De Martelaere

In het Boeddhisme wordt ervan uitgegaan dat het bewustzijn zich niet beperkt tot de hersenen, de beelden die de inhoud vormen van ons bewustzijn. Op grond van onze (beperkte) zienswijze zouden wij menen dat het bewustzijn gerelateerd is aan ons ego, en ons het idee van afgescheidenheid geven, uitdrukking is van die afgescheidenheid, en dat het bewustzijn na ons sterven uiteenvalt. Pas dan zou volgens het Boeddhisme blijken dat deze zienswijze onjuist is. Dat ons bewustzijn veel ruimer is, en intact blijft na onze dood, en ons verbindt met alle existenties van deze wereld. Ik heb dat altijd een wonderbaarlijke veronderstelling gevonden. Dat we wezenlijk veel meer verbonden zijn met anderen, met de wereld, de natuur, maar dat onze geconditioneerdheid ons ervan afhoudt om er op deze manier naar te kijken. Misschien alleen in opperste momenten van geluk – in de overgave aan de ander – beleven we iets van het oplossen van onze afgescheidenheid. Patricia de Martelaere schrijft in haar prachtige essay Wat blijft, dat ik voor deze reis bij me heb en voorzie van notities en data: ‘Toen Hume (David Hume was een 17e eeuwse filosoof die veel geschreven heeft over causaliteit) op zoek was naar ‘iets’ in de verzameling van onze waarnemingsbeelden wat een positieve inhoud zou kunnen geven aan de identiteit van ons bewustzijn, moest hij jammerlijk vaststellen dat iets dergelijks niet te vinden was. Hij vergat echter te kijken naar het voor de hand liggende maar ongrijpbare: de lege ruimte ‘tussen’ de beelden, het niet-iets dat de oergrond vormt van de persoon die we zijn. Het probleem is natuurlijk dat deze ruimte, als leegte, niet afgebakend of begrensd blijkt te zijn, zodat ze geen basis kan vormen voor onze individualiteit, ons afgescheiden zijn van andere personen. Het ‘iets’ van onze beeldencollectie mag dan nog verschillen van andere collecties, in het ‘niets’ dat tussen de beelden ligt zijn alle collecties een en ononderscheidbaar.’ En nu komt het: ‘Voor het boeddhisme is dus echter geen probleem maar integendeel een feit, en zelfs het meest wezelijke feit van het universum: onze diepste identiteit is niet die van beelden die ons bewustzijn vullen, maar die van de leegte of het niets dat tussen de beelden ligt.’ Ik ben altijd weer overdonderd door de schoonheid van deze woorden, door de diepe kern die in het Boeddhisme ligt, door het weinige dogmatische van deze levensovertuiging (het Boeddhisme ziet zichzelf niet als godsdienst).

 

Plaats een reactie