Het nachtkastje

In een onmogelijke poging de echtelijke ruzie te beslechten en een handgemeen te voorkomen, liep mijn voormalig echtgenoot opeens resoluut naar mijn nachtkastje – gunst, wat was dat kastje oud, het had meer dan een hele eeuw de familie doorstaan – trok er een laatje uit, liep naar de balkondeuren en smeet met een lichte kreet het laatje in de tuin. Verbouwereerd bleef ik zitten, tranen prikten in mijn ooghoeken. Ik dacht opeens aan het tweede laatje in het nachtkastje. De familiejuwelen hadden daar tot voor kort ingezeten. Alsof ik aanvoelde dat het onmogelijke zou gebeuren. Ook het tweede laatje werd met een kreet in de tuin gesmeten, waarbij mijn echtgenoot het woord ‘kreng’ niet kon onderdrukken. Tenslotte tilde hij het hele nachtkastje tot boven zijn middel op, en in een uiterste krachtinspanning kwakte hij het kastje over de balustrade. ‘Mijn oma’, gilde ik.

Jaren later bleef mijn one-night stand voor mijn bed staan en keek verwonderd naar het overgebleven nachtkastje. ‘Mijn nachtkastje is aan de andere kant van het bed’, zei ik net iets te hard.

Plaats een reactie