Publius Aelius Traianus Hadrianus Augustus (roepnaam Adrian) wordt geboren in 2009 vlakbij het kerkje waar zijn grootvader viooltjes brengt. Het kerkje wordt alleen gebruikt op bijzondere dagen, een pelgrimage in de zomer. Een paar honderd mensen strompelen dan op hun knieën door de modder richting het kerkje. Adrian wordt vier dagen oud. Op de valreep naar het nieuwe jaar sterft hij in zijn wiegje. Zijn ouders vinden hem op zijn buik. Het kamertje ruikt nog als nieuw, ongebruikt. De geurtjes zijn al snel verdwenen, de luiers opgeruimd. Op de foto in de gang een babygezicht, als alle babygezichten. Zijn ouders geen vader en moeder meer; zelfs in zijn dichtgeslotene ogen niet. Adrian laat een verschil in verwerking van pijn achter. Twee mensen die Adrian voor ogen hadden – stil kwam hij in hen te leven – vervreemden van elkaar. Adrian laat geen grootvader achter, op z’n knieën, op het kerkhof, met viooltjes.