We maakten vandaag een wandeling naar Ault, vanaf Bois de Cise. Mensjes als poppetjes op het strand. De hoofdstraat in Ault ligt op de krijtrotsen direct aan het water. Geen masten, geen strand, geen baai om te stranden, geen inham, enigszins vergane glorie. (We eten er moules en frites in een café.) Ramen gaan over in golven schrijft Victor Hugo in 1837 aan zijn echtgenote Adèle Hugo. Ault, de plaats die hem het meest bevalt aan de Normandische kust, naast Etretat en Le Tréport. De huizen in Bois de Cise zijn daarentegen van een prachtige schoonheid, allure van het fin de siècle, art Deco, oud geld van rijke Parijse families die hier voor hun welverdiende rust kwamen. Ze zullen hun personeel meegenomen hebben. Terug wandelen we over het strand, op zoek naar mooie stenen met kristal. Twee buitenlanders (broers?) wijzen ons op klompjes mangaan die ze gevonden hebben. En het karkas van een hert, naar beneden gestort vanaf de krijtrotsen. Het karkas vinden we niet. Ik loop half in zee; het is eb geworden en een groot deel van het kiezelstrand geeft zichzelf prijs. Als kinderen gaan we op in het spel van strand en zee en stenen. Inmiddels zitten we weer in de tuin bij ons huisje in het boerendorp en village fleurie, Forest-l’Abbaye. De zwaluwen vliegen een metertje over me heen en verdwijnen in het schuurtje achter me. De foto heb ik niet ontvangen helaas, maar je voetjes liggen op mijn schoot en vervuld vieren we het begin van de avond, papieren moment, geruisloos niks.
Prachtig 👌
LikeLike