‘Woon je hier?’, vroeg de man. Ik was net ontdekt achter een rozenstruik. De bloemen van rozen mogen dan welig tieren, blaadjes komen er maar karig vanaf. Ook mijn vriendje kwam tevoorschijn. Ik stamelde wat. ‘Dus het huis staat te koop?’ Ik had me inmiddels herpakt en knikte manmoedig ‘ja’. Achter de man kwam nu een vrouw tevoorschijn. Lange benen, prachtige blonde krullen, rode lippenstift, borsten die behoorlijk verstopt zaten. ‘Mogen we even kijken in de tuin?’, vroeg de man. Verstrikt in dromen knikte ik bevestigend. De vrouw bukte zich even om mijn haar te strelen. Ik rook viooltjes en nog meer bloemengeuren die ik niet kon thuisbrengen. ‘Je ouders zijn zeker niet thuis?’ De man was doorgelopen bij de vraag. Hij stond nu bij het gemetselde muurtje waar een paar behoorlijke scheuren te zien waren. ‘Ze zijn onderweg en komen snel’, bracht ik uit. Terwijl de man en de vrouw door het poortje van twee kromgetrokken haagbeukjes liepen, keek ik naar de straat waar een prachtige rode, glanzende auto stond. Een dure, dacht ik. In gedachten liep ik met de man en de vrouw mee. Dat zou niet lang duren. Door het poortje zouden ze nu in de achtertuin zijn, die gedeeltelijk bestond uit een bloementuin, met veel zorg en liefde door mijn moeder aangelegd. Het andere deel bestond uit een weitje, gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door hoge moerasvarens. Het paadje dat beide delen verbond, kronkelde tussen de varens. Wij waren gewend dat paadje langzaam af te lopen. Je moest op je hoede zijn voor dat dier dat in een opwelling was gekocht om het stadseleven een zweem van landelijkheid mee te geven. Nog voordat mijn vriendje en ik bij het poortje waren, hoorde ik een enorme gil in de achtertuin. Even daarna raasde de vrouw tierend langs me heen. ‘Snertjong’. In haar jurk zat een enorme scheur. Daaronder zag ik rood kant en witte billen. De man volgde haar op de voet. Hij had een opgeblazen hoofd dat mij deed denken aan de jelly pudding met Kerstmis. ‘Hier hoor je meer van, jongetje’, bracht hij met kiezen op elkaar uit. Ik keek mijn vriendje geschrokken aan. De auto reed met piepende banden weg. Vlak daarna kwamen mijn ouders thuis. Het huis werd nooit verkocht. Wij waren stil en gaven onze bok te eten.
Prachtig geschreven !!
LikeLike