Deflate House

De fiets bracht ons naar Deflate House. Neoclassicistisch hekwerk, twee gebogen oprijlanen erachter uitmondend in een monumentale deur. Twee leeuwtjes aan weerszijden van de deur op de uitkijk. Aanbellen maar? We keken elkaar schaapachtig aan. Het contrast kon niet groter. Wij, Hollandse jongens, geworteld in de klei, bezweet, korte broek, lange haren. De bel galmde door een gang. Uit haar avondritueel gewekt keek de vrouw des huizes ons afwezig aan. De honden in een nabijgelegen kamer jankten en sprongen tegen de deur op. We legden het uit. Geen camping in de buurt, nogal moe, veel gefietst. Een klein plekje volstond. We werden te verstaan gegeven te wachten. De deur ging weer dicht. Gelaten stonden we op de stoep alsof we op het toneel stonden en een aantal tegenspelers halverwege de voorstelling het podium spontaan had verlaten. We keken elkaar aan. Het begon te schemeren. Zwaluwen wezen ons op de komende regen. Net toen we begonnen te twijfelen of de woorden van de gastvrouw wel echt waren, ging de deur weer open. Twee ranke vingers met prachtige ringen wezen ons de weg naar een veldje schuin achter het huis. We bedankten hartelijk en liepen terug naar onze fietsen, die zuchtend geparkeerd stonden tegen het hekwerk. Nog voordat ons shelter tentje goed en wel stond, kwam een leptosome man op ons afgelopen met in zijn hand een pannetje. De damp die erboven uitsteeg loste langzaam op in de avondbries. Het hete water gebruikten we voor de oplossoep. Niet veel later kwam de vrouw met zelfgebakken scones. In weerwil van de geslotenheid van dat sombere huis, waren zijn bewoners uit een heel ander hout gesneden. Ook de honden kwamen later die avond joviaal gedag zeggen. Voldaan vielen we in een peilloze diepte. We werden wakker van het getik op de tent. Het regende pijpenstelen. De lucht was egaal donkergrijs. Na het schamele ontbijt van oud brood met hagelslag en oploskoffie lag er slechts één onfortuinlijke plichtpleging te wachten. Het ledigen van de darmen. Monter trokken wij ons nachtboeltje uit – het zou alleen maar nat worden – en trokken boterhammenzakjes aan, als waren het sokken. Elastiekjes zorgden dat de zakjes bleven zitten. Met blubberpoten van het aangrenzende maïsveldje waren wij nog verder van huis, zo overtuigden we elkaar. De al behoorlijke maïsplanten boden ons een prachtige beschutting tegen de kakkerij. De velletjes wc-papier bleven droog onder onze oksels. Tevreden deden we wat gedaan moest worden. Toen we beiden ons hoofd weer boven het maïsveld uitstaken, sloeg de opluchting om. De gastvrouw liep naar onze shelter met een pannetje kokend water. We bukten weer. Wezenloos keken we naar onze tenen, zo mooi in de doorzichtige boterhammenzakjes. Iets hoger tussen de planten konden we haar net zien. Ze wachtte, draalde en draalde, keek om zich heen. Had ze ons gezien?

Verras de gast voordat hij jou verrast.

Plaats een reactie