De lift

Voor het eerst wil ik de lift betreden van het voormalig Pathologisch Laboratorium van de Universiteit Leiden waar mijn dochter één van de 125 getransformeerde woonstudio’s heeft betrokken samen met haar vriendin en een goudvis. De groene kleur van de toegangsdeuren werd bij historisch kleurenonderzoek ontdekt en ook de nieuw gerealiseerde trappen zijn voorzien van dit ‘medisch groen’, wat maakt dat ik toch de open trap neem, maar op de eerste traptrede blijf staan. Ik loop de trap weer af en begeef me naar de om de hoek gelegen lift. Uit de grote kelder klinken onaardse geluiden die als gasbellen een weg vinden naar de oppervlakte. Een lift geeft wellicht meer beschutting tegen het geluid, zo denk ik. De lift laat lang op zich wachten. Er klinkt gestommel in de liftschaft totdat de cabine met een licht zeuren tot stilstand komt. Ik zie tussen de deuren door dat er licht schijnt, maar de deuren blijven hermetisch gesloten. Ik blijf wachten. Ik overweeg even toch weer de trap te nemen als de deuren van de lift vrij tevreden opengaan. Niets aan de hand. Als de deuren weer sluiten, hoor ik nog net het gedempte geluid van water in de kelder, alsof iemand doorgetrokken heeft en het afvalwater een weg zoekt door een stelsel van rioleringsbuizen. Na het drukken op het knopje 2, komt de lift langzaam in beweging. Ik sluit even mijn ogen, maar doe ze van schrik vrijwel direct weer open. Hoewel ik niet kan controleren of het klopt, heb ik de sensatie dat ik naar beneden ga. Als ik uit een reflex nog een keer op 2 druk, komt de liftkooi langzaam tot stilstand en even later doven de twee neonbuizen en vangt een zacht gonzen aan. Terwijl het zweet me uitbreekt, probeer ik in het omineuze donker het noodknopje te vinden. Er zat toch een rood knopje boven de 2? Op de tast zoek ik naar het knopje. Het duurt niet lang! 

Achteloos en schaamteloos komt mijn verleden binnenschuiven. Overal de beklemming van doodgelopen. Huwelijk stuk. Vaderschap onmogelijk. Amechtig prevelen van de laatste woordjes tegen zombieachtige studenten. Zinloos. Gestreken blouses, verveling en opstaan. En elke keer toch maar weer opstaan. Terwijl ik me maar net staande houd, zie ik mijn moeder met dichtgeknepen ogen handkusjes geven vanuit het open raam van een glanzende auto. Haar tweede echtgenoot kijkt koud voor zich uit. Ik sta voor de enorme deuren van het katholieke jongensinternaat. Weer een jaar. Ik ben negen en moederziel alleen. Ik verberg de tranen in mijn trui en de vingers in mijn zakken doen pijn. Ik kijk omhoog. Het hemelgewelf breekt open en met een enorme hand word ik weggeplukt uit dit veld van modder en treurnis. De verlossing …

De lift komt plots weer in beweging. De twee neonbuizen springen aan en ik bevind me op de grond van de lift. In de spiegel tegenover me zie ik mijn lijkwitte gelaat. Stoppels tekenen zich duidelijk af, haren plakken aan mijn voorhoofd. Op het moment dat ik ga staan, komt de lift tot stilstand en openen de deuren. Voor me staat mijn glanzende dochter met haar nog glansrijkere carrière. Slechts een enkele seconde van mij verwijderd, zo denk ik. Dan begroet ze me spontaan.

Plaats een reactie