Mijn wakkere dochter

Tijdens een telefoongesprek overleg ik terloops met mijn vrouw over een eventuele oppas voor vanavond. Ik ben uitgenodigd voor de tentoonstelling Love Stories In de National Portrait Gallery in Boekarest. Met ongeveer 100 meesterwerken schetst de tentoonstelling de rol van de portretkunst op het veranderende gezicht van de liefde, van schilderkunst uit de zestiende-eeuwse renaissance tot de hedendaagse fotografie. Een oppas hebben we nog niet kunnen vinden in de korte tijd die we hier nu zijn, maar mijn inviteur stelt zijn zoon van 14 voor. Wij hadden bij een eerder etentje zulks geopperd, en ik ben blij dat het idee is blijven hangen. Mijn vrouw mompelt dat het misschien een beetje veel is voor mijn dochter. Drie weken geleden heeft ze huis en haard moeten opgeven om de wat buitenissige droom van haar ouders te volgen. Wat moet je anders als kind van zeven jaar? Ik overweeg even in de aarzeling van mijn vrouw mee te gaan, maar besluit vervolgens mijn dochter in het gesprek te betrekken (of was zij al betrokken?). Ze zit op de bank. ‘Wat vind jij hiervan?’ vervolg ik, terwijl ik nog steeds aan de telefoon zit. Ze kijkt me met een serieus gezicht aan. ‘Ik wil dan wel eerst de oppas leren kennen’. Zeven jaar, ‘zeven jaar’ en dan al zo goed weten wat je nodig hebt. Niet vanuit angst reageren, hoe turbulent de afgelopen weken ook waren met het afscheid van vriendinnetjes, lieve buren, school, de buurhond Bommel, maar reageren vanuit de eigen zelfstandigheid en zorg voor haarzelf.

De tentoonstelling was prachtig. De intieme foto van Laurence Olivier en Vivien Leigh uit 1937 of het portret van Ellen Terry van George Frederick Watts (1817-1904), om maar eens twee werken te noemen, maakten veel indruk. De oppas maakte pannenkoeken en zijn sympathie voor mijn dochter was spontaan en ongeconditioneerd èn wederzijds.

Een gedachte over “Mijn wakkere dochter

Plaats een reactie