De klant blijft koning

Ik ben nooit zo’n fan van winkelen geweest, maar als housekeeper kan ik toch moeilijk bij de pakken neerzitten, al zijn die pakken in mijn geval de sportschool en het taleninstituut. Twee op zichzelf vrij betekenisloze organisaties die niettemin suggereren dat ik niet alleen maar bezig ben met uitslapen en potverteren.

Op deze maandagmiddag trek ik de stoute schoenen aan om naar de Carrefour te gaan in Baneasa Shopping City, een megalomaan winkelcentrum dat niet onder moet doen voor westerse equivalenten. Het consumentenwalhalla is een groot spiegelpaleis van winkels waar je echt alles kunt krijgen. Het verdwalen in dit ‘greedy land’ neem je dan op de koop toe. De Carrefour is groot, echt groot. Ik schuifel bedeesd en onder de indruk met mijn wat bescheiden winkelwagentje en boodschappenbriefje het warenhuis binnen. Ik ben wat langer dat de gemiddelde Roemeen, dus dat trekt de boel weer een beetje recht. Brood, water, fruit, kruiden, boter. Het water heeft nog wel wat uitleg nodig. In Roemenië kun je niet uit de kraan drinken, dus een boodschapje doen, heeft met die 10 liter waterflessen al gauw het idee van de weekboodschappen voor een groot gezin. Mijn karretje zit al snel vol met vier flessen van 10 liter. Nu nog wat kruiden en groente. Na 10 minuten is de restruimte in mijn karretje toch best aardig gevuld en ik loop opgelucht en vrij resoluut naar de kassa. Ik zie een behoorlijke rij van ongeveer 25 kassa’s, waarboven een groen licht hangt ten teken af te kunnen rekenen. Een enkele kassa heeft rood licht en daar zie ik mensen staan. Ik ben van de ouderwetse caissière die je helpt en afrekent, maar als ik goed kijk, zie ik ook bij de rode kassa’s mensen staan zonder caissière. Ik vraag nog even in mijn beste Engels of er een kassa is met een caissière, maar de vrouw kijkt me niet begrijpend aan. De demarcatielijn tussen Engels sprekende en niet-Engels sprekende Roemenen ligt op ongeveer 35 jaar. Degenen die jonger dan 35 jaar zijn, lijken hier het land te zijn ontvlucht. Zo heb je eigenlijk alleen niet-Engels sprekende Roemenen. Ik zal mezelf moeten helpen achter de kassa. Het overleven doe ik al ruim een maand, dus dit zal wel goed komen. Ik kijk in mijn karretje en zie dat de meeste producten een streepjescode hebben. Ik ga weer wat rechter op staan en de eerste producten worden goed gescand, nadat ik op een display een volstrekt onbegrijpelijke toets in een volstrekt onbegrijpelijke taal blijkbaar toch goed heb aangevinkt. Mijn zelfvertrouwen neemt echter terstond af als ik bij de komkommer kom. Ik druk voor de vorm nog op ‘vegetal’ met pictogrammen van groentes, maar het apparaat doet niks. Bij een soort verhoogde katheder zit een winkelchef en daaromheen staan ongeveer 5 oudere dames in dito bedrijfskleding, als motten om een nachtlamp. Ze zijn vooral met elkaar bezig. Winkelen blijft een sociale bezigheid. De door mij opgestoken arm wordt niet gezien, terwijl ik toch op nauwelijks tien meter afstand sta, en langer ben dan de gemiddelde … u begrijpt het. Na een paar minuten word ik geholpen door een van de medewerkers die mij in gebarentaal duidelijk maakt dat de komkommer eerst geprijsd moet worden. Ze wil hem voor me meenemen naar de afdeling groente en ik probeer met een afwerende armbeweging duidelijk te maken dat de halve komkommer die in mijn groentela ligt ruim voldoende is voor de komende dagen. De waarde van een komkommer wordt zwaar overschat. Terwijl de vrouw wegloopt met de komkommer, probeer ik het ‘afrekenproces’ te hervatten, maar het systeem werkt niet mee. De scanner laat het afweten. Ik staar naar de motten en steek mijn arm weer omhoog. Niemand kijkt. Als er plots een andere medewerker achter de bonen verschijnt en mijn hulpeloze gebaren op haar gericht ziet, steekt ze haar handen in de lucht om aan te geven dat ze geen tijd heeft, of andere dingen aan haar hoofd. Vrij onwillekeurig gaan mijn gedachten uit naar de drie maanden die ik op een bovenverdieping bij een oudere dame in Boedapest doorbracht, in de jaren tachtig. De systematisering had behoorlijk huisgehouden, eigen initiatief was een kaalslag. Ik sta hulpeloos voor de kassa. Uiteindelijk word ik geholpen. De medewerker logt in met een muntsleutel (hoe moet een klant dat doen?) en het proces kan verder gaan. Netjes en gelaten reken ik alle andere etenswaren af. Goddank zitten er er geen losse producten zonder code meer in mijn karretje. Ik zal u hier omwille van uw geduld, lezer, niet meer vermoeien met het elektronische display met Roemeense opties om af te rekenen. Mijn gewoonte om zonder mobiel (en dus zonder mogelijkheid om te vertalen) van huis te gaan bewijst me hier in ieder geval geen goede diensten. Nederig buigt deze expat voor het degelijke systeem van de Carrefour. Ik ben opgelucht als ik, door de bon te scannen, het poortje kan openen. De bon.

Jeetje, de bon? Waar is de bon? De beveiliger zit vlakbij en komt langzaam uit zijn stoel. Het zweet breekt me uit. Ik kan de bon nergens vinden. Ik had de bon toch in mijn zak gedaan? Onderin mijn boodschappentas misschien?

Een gedachte over “De klant blijft koning

Plaats een reactie