Het vrijend paar in een tuin

In het fotoboek Eye love you uit 1977 (Ed van der Elsken) vind ik de foto van ‘het vrijend paar in een tuin’, Edam (1970)’. De foto is veelzeggend. Je ziet een polder net achter de dijk, een oneindige, zonnige en onbewolkte Nesciaanse dag, waarin een man en vrouw vrijen op een blauw kleedje. Het stukje grond verleent vriendschappelijkheid aan een bruine schuur, waarvan de deuren uitnodigend openstaan, een woonwagen die de kijker vraagt zijn bezigheden te stoppen, plaats te nemen en het leven te vieren, én een gele kruiwagen, nonchalant neergezet op het levensbed van aromatische kruiden en grassen. Op de weg net achter de dijk rijden twee mensen onwetend en eenzaam op een scooter, onwetend van de gastvrijheid die achter de schuur ons als kijkers door Van der Elsken gegund is. Een vrijend paartje in het gras als toevallig (waarschijnlijk niet voor hen, of misschien ook wel) symbool voor de ‘vrije liefde’, die eind jaren zestig populair is als onderdeel van de seksuele revolutie. 

Geschiedenis blijft een geconstrueerd verhaal achteraf en zodoende zijn foto’s wellicht de enige betrouwbare, objectieve bron. Daar is echter veel op af te dingen. Ook foto’s zijn tot stand gekomen tijdens momenten die ertoe deden; fotograferen was een particuliere, toch best dure en weinig frequente bezigheid. Op bijzondere momenten en tijdens vakanties werden na enig instellen en nadenken foto’s genomen, die dan ontwikkeld moesten worden in een fotozaak. Na lang wachten kreeg je mooie envelopjes met glanzende afbeeldingen, waarin weer voor even de vakantie of het familie-uitje kon worden herbeleefd. (En hoe verschillend met hoe we nu te pas en te onpas elk huiselijk hoogtepunt vereeuwigen op onze iPhone, alsof het hiernamaals vraagt om een goed gedocumenteerd maar bovenal fascinerend bestaan.) 

Wat is nu de relatie tussen de foto van Van der Elsken en de werkelijkheid die op dat moment door hem is vastgelegd? De vraag wordt me ingegeven door het fotootje van mijn overleden vader op het dressoir in de huiskamer. Wat is de relatie tussen de foto waarop hij zo stralend in zijn slobbertrui staat en zijn bestaan, nu hij niet langer een werkelijkheid is die op zichzelf bestaat. Ik zal mijn vader nooit meer terugzien. De werkelijkheid die Van der Elsken met ‘het vrijend paar in een tuin’ ons wil geven, geënsceneerd of niet, deze Nesciaanse dag in Edam, is vergeven, is tussenstation en eindbestemming geworden. Laat ik verhelderen. Dat vrijend paartje, op die plaats, in dat gras, is getransformeerd in een symbolische werkelijkheid. De werkelijkheid van de foto is niet langer een werkelijkheid die voorhanden is. Zo gaat dat met een foto. De symbolische werkelijkheid van dat eeuwige Nesciaanse beeld van landelijkheid is niet langer meer een werkelijkheid die op zichzelf bestaat, maar die geheel en al afhankelijk is van symbolen die naar het beeld verwijzen en het beeld kunstmatig in leven houden. De afhankelijkheidsrelatie die tussen symbool en het landschap bestond toen het nog daar was, is in en door het symbool fundamenteel gewijzigd. Symbolen zijn niet langer afhankelijk van de werkelijkheid waarvoor ze staan, de werkelijkheid (in casu dat landschap Edam in 1970) is afhankelijk van symbolen. Het landschap overleeft zijn eigen einde enkel en alleen doordat het voortleeft in en door symbolen. Het landschap leeft voort in zijn naam en zijn foto. Symbolen zorgen als het ware voor een kunstmatige beademing. Het landschap dat Van der Elsken ons laat zien, het vrijend paartje, de bruine schuur, de gele kruiwagen, is een louter symbolische werkelijkheid geworden, en daarin lijkt het nu meer dan ooit boven tijd-ruimtelijk, eeuwig zo u wil. Teken van het goddelijke.

Een gedachte over “Het vrijend paar in een tuin

Plaats een reactie