Het continent van weleer

Mijn vriend schreef: ‘Niemand fronst zijn wenkbrauwen als een Rembrandt wordt onderhouden met grote professionaliteit, zorg en hoge (subsidie verslindende) kosten. Dat snapt iedereen. Waarom moet de klassieke muziek, deze oude, kunstzinnige kunstvorm het dan zo ontgelden?’ In het bericht reageert mijn vriend op de passages over klassieke muziek (een door de verteller ‘meelijwekkend relict’ genoemd) in het door hem overigens bewonderde boek Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer.

De klassieke muziek als metafoor voor de teloorgang van de Europese cultuur. Ik raakte betrokken bij het onderwerp toen mij door dezelfde vriend werd gevraagd pagina 512 van het boek van Pfeijffer nog eens te lezen. En er kwam nog een aanleiding bij. Stine Jensen schetst in het NRC van 14 februari jl. (Het is uit met Amerika) een beeld van een Europa met een ‘cultuur in overvloed om te reanimeren’. Want, zo schrijft Jensen, ‘die ligt, als we de magistrale roman van Ilja Leonard Pfeijffer Grand Hotel Europa als culturele leidraad nemen, aan de beademingsapparatuur.’ Europa heeft cultuur in overvloed om uit te kiezen. 

Ik kocht het fenomenale boek van Pfeijffer vrij snel na publicatie en inmiddels al behoorlijk wat jaren staat het boek op zolder fictie te zijn, net als een aantal andere boeken van dezelfde schrijver. Ondanks de bijna lyrische toon in het boek bij de capricci voor viool solo van Paganini, legt de schrijver een behoorlijke claim op een ‘continent dat meer historie heeft dan toekomst en dat volledig door zijn verleden wordt gedefinieerd en bepaald’ (p. 393 vierde druk). De klassieke muziek wordt daarin als pregnante metafoor ingezet. De verteller met de naam Ilja Leonard Pfeijffer heeft zich in Italië gevestigd en maakt notities voor een roman. We worden als lezer niet alleen deelgenoot gemaakt van deze notities, maar de verteller anticipeert op de lezer door hem in het boek aan te laten dringen op nog meer uitingen. Alsjeblieft meneer Pfeijffer, de ontboezemingen zijn particulier, maar ik hang aan uw lippen en wil het volledige verhaal, zo lijkt de lezer te denken. Een postmodernistisch verhaaltechnisch grapje dat met ons wordt uitgehaald.

Ik schreef een aantal jaar geleden, naar aanleiding van de laatste stuiptrekkingen van onze boekenclub: In Grand Hotel Europa keren niet alleen enkele thema’s uit La Superba terug, zoals het migratievraagstuk, de twee romans vertonen een vergelijkbare compositie en verteltechniek. In beide werken is het hoofdpersonage, dat tevens de verteller is, een Nederlandse schrijver met de naam Ilja Leonard Pfeijffer. Hij heeft zich in Italië gevestigd en maakt notities voor een roman. Die ‘notities’ krijgt de lezer te zien. Kenmerkend voor de vertelstijl zijn dan ook ironie en metafictie: de twee romans maken ons voortdurend duidelijk dat ze fictie, dat ze verhalen zijn. Sterker nog, ook de werkelijkheid zelf is opgebouwd uit fictie en verhalen. De fascinatie voor die problematiek maakt Pfeijffers werk verwant met het postmodernisme. Door de manier waarop hij het spel van fictie en realiteit combineert met maatschappij-betrokken onderwerpen, gaat hij echter tegelijk voorbij aan dat postmodernisme.

Pagina 512, met het funeste oordeel, wordt ingeleid door pagina 511. Er staan veel zinnen in die niet zover van de waarheid liggen. Ik noem er een paar: ‘De vernieuwende muziek van de Tweede Weense School en van Stravinsky uit het begin van de twintigste eeuw klinkt, hoewel ze inmiddels ook alweer ruim een eeuw oud is, nog steeds te modern in de belegen oren van het hedendaagse concertpubliek.’ ‘Als er iets symbool kan staan voor de ziel van Europa, dan is het wel de hedendaagse opvoeringspraktijk van klassieke muziek, die zich volledig concentreert op zo getrouw mogelijke heropvoeringen van meesterwerken uit het verleden.’ Niet helemaal onwaar, lijkt me. Op pagina 512 staat ook: ‘En als dit een concert voor Montebello was, wat het was, was het allemaal nog toepasselijker, omdat de beslissing hem te handhaven als majordomus een overwinning was van de romantiek en de nostalgie op de praktische toekomstgerichtheid van een prozaïsch en stijlloos heden, en precies zo klonk ook de muziek.’ Prozaïsch en stijlloos heden resoneert het nog een tijdje. Het lijkt erop dat we niet anders kunnen dan teruggrijpen naar de tijden van het romantische weleer. En dan komen inderdaad die zinnen over de klassieke muziek als ‘meelijwekkend relict, een mummie die tegen beter weten in aan het infuus wordt gehouden, omdat niemand durft te zeggen dat hij al meer dan een eeuw dood is.’ Ik hoef het niet op te nemen voor het hoofdpersonage (of voor mijn vriend), maar deze zinnen staan in relatie tot de thematiek van het boek. Juist door de meerduidigheid van het verhaal, de lyrische toon voor de capricci voor viool solo van Paganini, de overladen (en voorbije) cultuur tegenover een stijlloos (en consumentistisch) heden en misschien ook wel door het onlangs gehouden pleidooi van de schrijver voor het behouden van de universitaire opleiding Italiaans door juist een beroep te doen op onze cultuur. Het oude continent Europa dat in zijn voegen kraakt en gereanimeerd moet worden. Europa moet zichzelf hervinden en herpakken met een cultuur in overvloed. Om in de woorden van mijn vriend te bijven: het kwetsbare en intelligente kind moet zich weren tegen grote jongens met waffels. De metafoor voor de culturele oorlog in deze post-waarheidswereld. 

Een gedachte over “Het continent van weleer

  1. jurriaanvroon's avatar jurriaanvroon

    Hallo Tom,
    Heel aangenaam verrast dat je hier zo op door gaat! Ik blijf er ook over nadenken. En ook: blijf mij, in ieder geval gedeeltelijk, verzetten tegen de doodsverklaring, of het beeld van op-sterven-na-dood-aan-het-infuus-hangende- staat-van-zijn van onze dierbare muziek.
    In ieder geval nu nog is er een echte, levendige muziekcultuur. Het betreft muzikale, moderne mensen die, weliswaar beperkt in aantal, zeer veel inspiratie meenemen in hun huidige bestaan. Hun intellect en gevoelsleven drijft zeker niet alleen op nostalgische gevoelens, en louter hang naar het verleden. Een museum, hoe aangenaam dikwijls, heeft veel meer een muffe, oude geur. Oudheidkundige kamers, kastelen paleizen. Dat is interessant maar gedateerd en statisch in die hoedanigheid. Muziek staat daar juist mee in contrast omdat het in het moment gemaakt en beleefd wordt. En als je er een beetje in thuis bent dan zie je allerlei verschijningsvormen waarin de muziek uit vervlogen tijden verweven raakt. Het staat niet stil.
    Je begrijpt: ik ben een muzikaal optimist. Trek het door naar de moderne tijd: zoveel pessimisten. Waarom? Misschien heeft Europa juist meer toekomst dan andere continenten vanwege onze zeer rijke, interessante historie en serieuze pogingen tot beschaving. Best iets om trots op te zijn, of niet?
    Wordt vervolgd,
    Hartelijke groet,
    Jurriaan

    Verzonden vanaf Outlook voor Androidhttps://aka.ms/AAb9ysg

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie