De bevroren laan

In de kantlijn van het boek vind ik de notities. Krabbeltjes met lange en korte poten die zich ontpoppen als klanken en woorden. Er zijn geen punten en komma’s gezet, de woorden moesten uitvloeien. In de fruitschaal zie ik een verschraald appeltje liggen. Ik haal het steeltje ervan af. Ik begin aan de bovenkant te schillen en draai cirkels en cirkels zoals in die tijd dat ik als enige jongen in een balletclubje zat. De meisjes keken me meewarig aan. Na de les kleedde ik me omzichtig om. Van mij zouden ze geen last hebben. Van mij hadden ze nooit last. Ook op school niet. Ik zat zwijgend in mijn bankje, verstopt achterin de klas, tussen tassen, bruine bananen en waterige schoolboeken, waarin de namen van onbekende plaatsen als vliegen door het klaslokaal vlogen. Ik kon niets onthouden. Steeds maar dacht ik aan thuis, aan hoe zij alles aan het eind van de dag recht zou zetten.

Zelfs nu, jaren later, kan ik onder dwang niets onthouden. Pas als ik de rust en de gemoedelijkheid heb opgezocht, kan de verschraalde en verdwenen kennis een plek krijgen. Pas bij het lome en uitzichtloze avondleven komt mijn leven op gang, krijg ik dromen en verlangens, eist het leven iets op. Ik kom thuis met taaloefeningen en rijtjessommen maar alles staat mijn begrip in de weg. De tuin, de zon, het verstilde mos op de tegels buiten. Ik zie alleen het lichtschijnsel door het raam een rondje dansen op het kleed. Boven hoor ik zuchten, verliggen, ademhaling, zacht gesnurk. Het magere beleg heeft weinig op met een echte maaltijd en ik geloof niet dat er iemand langskomt. Herma heeft me uitgezwaaid in de bevroren laan, de laan die kaarsrecht door ons dorp loopt. Ik ben onhandig. Onder mijn handen gaat alles stuk. De step van haar broertje, het kopje thee, het speelgoed waarmee we op zolder spelen. Telefonisch wordt het pact gesloten. Ik begrijp niet dat ik daar niet welkom ben, niemand kan het uitleggen. Ook Herma niet. We kijken elkaar alleen nog aan, in de gangen, rond het schoolgebouw, na de lessen. Tijdens de les glanzen haar blikken roerloos in mijn hoofd. Het duurt jaren, totdat ze verhuist en als mist mijn leven intrekt. Mist die langzaam, maar heel langzaam optrekt.

Een gedachte over “De bevroren laan

Geef een reactie op Mirjam Reactie annuleren