Schaf, Botje, Nico en Notaris

Mijn zoektocht begint waar haar leven eindigt. Zo houd ik mij voor. Net terug van de uitvaart en de viering erna – ‘waarnaar varen wij uit?’ klinkt hol door in de muziek die ik op de terugweg heb opstaan – loop ik direct naar de schriftjes en boeken die ik in geen jaren heb ingezien. In dat typerende handschrift, letters zijn gedeeltelijk los, gedeeltelijk aan elkaar geschreven, zijn klassiek en rond en staan licht naar links, lees ik voorin het fotoalbum: wat er zo na ons huwelijk is voorgevallen – het huwelijk dat zo kort zou duren – . Het woord ‘voorgevallen’ is gedeeltelijk onderstreept, onder de letters ‘v’, ‘a’, ‘l’ en ‘l’.  Voorin het album vind ik losse briefjes en visitekaartjes. Charlotte Tökör, gedipl. schoonheidsspecialiste en manicure, Mauritslaan (met kleine letter) 28, Amstelveen (ook met kleine letter). De komma’s die ik zojuist heb opgeschreven, staan er niet in. Ik vind een briefje met onbekend handschrift (mijn opa Johannes Fredericus Scheepens?) met een aantal telefoonnummers: 1. ALARM-Politie etc. 06/11, 2. Mw. de Graaf 6433344, 3. R. + Cl. v. Reenen 6412286 (de neven van mijn moeder, Roel en Claude van Reenen, zonen van de zuster van mijn opa), 4. M. + J. Stanlein 05700 13543 (Marianne en Jules Stanlein, Marianne is de zus van mijn moeder), 5. Dr. Umbgrove 6413518 (en ik vind inderdaad een huisartsenpraktijk Umbgrove in Amstelveen), 6. Mw Fokker 6193533, 7. Flopke (zoals ze vanaf haar kinderjaren wordt genoemd) 02154 15001, 8. Annette (de jongste zus van mijn moeder) 03200 31525 (de laatste vijf cijfers zijn doorgekrast en vervangen door 48231), 9. ABN-Amro, een rekeningnummer tussen haakje (4656.72.922) en het telefoonnummer 6431378 (waarbij het kengetal dus niet gegeven is). Op het briefje staat onderaan in een ander handschrift en in andere inkt: END/MEM/#/8/0320048231/MEM. Ik denk dat het om een doorkiesnummer naar Annette gaat. Ik vind een ‘viskaartje’ van groenig karton, voorgedrukt, niet veel groter dan een visitiekaartje waarop staat: C.A. Ruygh, Schoutenstraat 11, Alkmaar. Daaronder een lijstje met vissoorten in verschillende maten, met als titel: Op de navolgende vischsoorten is als maat gesteld: Het lijstje begint met de Blankvoorn, Kolblei, Ruischvoorn en Serpeling (15 c.M.), dan de Baars en de Bot (18 c.M.), de Beekforel en de Regenboogforel (20 c.M.), de Zeelt en Brasem (respectievelijk 21 en 22 c.M.), de Aal, Meun, Sneep en Winde (25 c.M.), de Barbeel en Karper (respectievelijk 30 en 35 c.M.) en Snoek en Snoekbaars (40 c.M.). In hetzelfde hoesje waarin het viskaartje zit, vind ik een briefje met daarop geschreven: Woensdag 12/10. 1938. Wind Z.Z. West. Schaf (3), Bokje (17), Notaris (6), Nico (12). De  protagonisten Koekebakker, Bavink, Hoyer, Bekker en Kees Ploeger uit Nescio’s Titaantjes lopen hier zo het verhaal binnen. Ze willen laten zien hoe het moet, maar ze leggen het af tegen het leven. Ik lees verder: Totaal gevangen: 38 stuks. Dus weinig en klein, is het commentaar. Ook het weer wordt getypeerd: droog, koud weer! Weinig zon. Heel laag water ± 20 á 30 cm. Pietluttigheid? – ik kan me nauwelijks voorstellen dat je in 20 centimeter water gaat vissen, los van het feit dat je daar niet minder dan 50 vissen vangt – . Minder dan normaal. Verder wordt vermeld: Geen kroost, alle weggestormd. Daaronder: Afscheid tot 1/6. ’39 valt ons daardoor niet zwaar. Kroost weggestormd? Afscheid tot 1 juni, een half jaar later? Ik begrijp het commentaar niet goed. Op de andere kant van het vergeelde, gelinieerde papiertje staat: Woensdag 28/9. ’38. Blijkbaar twee weken eerder. De wind is Z.Z.O. Schaf, Botje, Nico en Notaris vangen nu veel meer, respectievelijk, 55, ±75, 69 en ± 50 (vissen). Totaal 249. Er is weinig wind en de schrijver spreekt over zacht, warm weer en een gedekte lucht. ’s Middags iets zon. Verder schrijft de schrijver (mijn opa?): Den gehele aan de Zuidkant van Pritertje gevischt. 23 grof, ±40 maat, slechts 10 hit (?). Boven aan de het briefje staat onderlijnd: Peet Spit.

Mijn opa, Joop, of Johannes Fredericus Scheepens, overlijdt op 19 juni 1995 in Amstelveen. Hij is dan 82 jaar oud. In het register lees ik dan Johannes Fredericus Scheepens op 9 juni 1913 geboren is in Sloten. Hij is weduwnaar van Francina Marie Diephout en drager van de Eremedaille, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau, in goud, zo lees ik op zijn overlijdenskaart. Ik lees Bloem voor en zijn as wordt veel later verstrooid door drie zussen in zwierige rokken op de Noordzee. Mijn moeder is één van de zussen. Ze staan tot hun enkels in het zilte water als zij de urn met as omkeren en het grijze gruis door de wind wordt meegenomen, zijn leven indachtig. Stof tot stof. De vierde zus, mijn tante Carolien, is al dood. Zij sterft onder verdachte omstandigheden veel eerder in Brussel en krijgt een gemeentebegrafenis. Tijdens de begrafenis hoor ik (van wie, waneer?) dat ze dood werd gevonden in haar bed. Gestikt door een kussen dat ’s nachts op haar hoofd werd gedrukt. Ze was getrouwd met een Egyptische diplomaat.

Op 27 augustus 1960 wordt Willem Cornelis Diephout, mijn overgrootvader van moeders kant, 80 jaar. Hij geeft dan een feest voor de kleinkinderen. Ik tel op de foto 24 kleinkinderen, een aangetrouwde man, mijn vader en één achterkleinkind, mijn oudste zus. Mijn moeder is in verwachting van mij. Mijn overgrootopa wordt in 1881 geboren uit een huwelijk van Willem Cornelis Diephout, dan 41 jaar, landbouwer, met Cornelia Molenaar, die zonder beroep is. Mijn overgrootvader trouwt op 11 mei 1910 met Francina Maria van Straalen (1888-1946) die toen 22 jaar oud was. Mijn overgrootopa is dan 28 jaar oud. Francina Maria van Straalen sterft een jaar na de Tweede Wereldoorlog in Benthuizen.

2 gedachtes over “Schaf, Botje, Nico en Notaris

Geef een reactie op mirjam de Klerk Reactie annuleren