Biggetje

Vanaf het moment dat biggetje geboren was, wilde hij vliegen.

Hij zit in een vogellijf, zei zijn vader. Hij had vleugels moeten hebben, zei zijn oom. Maar moeder varken zei dat hij moest wennen aan zijn nieuwe lichaam.

Een week ging voorbij, een maand en nog langer. Maar biggetje keek jaloers naar de vogels. ’s Avonds tuurde hij uit het raam naar de eindeloze hemel. Hij wilde zo graag vliegen, in de zomer, in de winter, in de herfst en in de lente.

Biggetje ging vaak wandelen met zijn papa en mama. ‘Wat ben je toch aan het dromen, biggetje.’ ‘Kijk je uit voor die boomstronk, biggetje?’ ‘Struikel niet over je voeten, biggetje.’ Biggetje keek dan naar de prachtige vogels in de bomen en lette niet op waar hij liep. Vaak gebeurde het dat hij dan struikelde over een tak of hij liep een slootje in.

Toen biggetje naar school ging, zwaaide mama biggetje uit. Maar biggetje keek niet naar mama. Hij keekt naar de herfstlucht en de vogels die hoog in de lucht vlogen. Hij keek naar de vogels die naar het zuiden trokken. Biggetje vloog mee naar verre oorden met zijn vrienden de vogels. Zachtjes murmelde hij: ‘Mag ik met jullie mee?’ Onderwijl struikelde biggetje over een stoeptegel. Mama schudde met haar hoofd achter het raam.

Op een avond las mama varken voor uit een boek. De wereld was goed en tevreden. Biggetje was moe. Mama had een lage stem en sprak over de beesten in het boek, het paard en de hond, de vogel die vloog. Biggetje werd langzaam minder moe. ‘Wat doen de vogels dan’? ‘Waar leven de vogels’, vroeg hij zijn moeder. ‘Vogels leven in de boom. Vaak vliegen ze met elkaar weg in de herfst, of komen juist hier. Ze eten vliegjes en rupsen, broodkorstjes en zaadjes’. Biggetje verdween in het verhaal van mama varken. Nog nooit had hij zich zo vogel gevoeld.

Moeder varken las veel meer dierenverhalen voor, maar pas bij de beestjes die konden vliegen, werd biggetje vrolijk. Hij vloog mee op de vleugels van de libelle. Hij landde met de enorme vleugels van de zwaan. Hij zat met andere vlinders op de vlinderstruik. Hij wentelde en buitelde als een zwaluw op zoek naar vliegjes. Moeder varken kocht nog meer boeken over vogels. ‘Wat wil je vandaag lezen, biggetje?’ ‘Over de roofvogel in de bergen’, zei biggetje dan.

Op een dag keek biggetje zelf naar de plaatjes van vogels in een boek. Ze zaten hoog in een boom en konden ieder moment wegvliegen. Biggetje fantaseerde waar ze naar toe zouden gaan. Naar warme of juist naar koude streken. ‘Wat ben je aan het doen, biggetje?’ Biggetje hoorde moeder varken niet, hij was zo met de vogels. ‘Biggetje, kom je eten?’ Biggetje gaf geen antwoord. ‘Biggetje, het eten wordt koud.’ Biggetje staarde nog altijd naar de vogels in de boom. ‘Wat is biggetje toch aan het dromen’, zei mama tegen papa varken. ‘Laat hem toch’, zei papa. ‘Hij doet er geen vlieg kwaad mee’. Mama varken verzuchtte: ‘Houd het een keer op?’

Op een avond ligt biggetje in zijn bed. Hij kan niet slapen. Beneden hoort hij geluiden van potten en pannen. Hij hoort buiten het geluid van de kraai en biggetje voelt zich zwaar, heel zwaar. Nooit kan ik vogel worden, denkt biggetje. Hij herinnert zich dat mama varken zei: ‘Hij moet wennen aan zijn nieuwe lichaam!’ Ik ben nog steeds niet gewend aan mijn biggetjeslichaam en ik word steeds zwaarder. Hoe moet dat nou? Pas laat valt biggetje in slaap. Hij valt en valt en valt en pas dan wordt hij rustig.

Zouden alle biggetjes zo zijn, dacht biggetje toen hij wakker werd. Hij keek omlaag in het trapgat. Als ik nou gewoon spring. Wat zal er gebeuren? Zal ik als enige big blijven zweven? Biggetje probeerde zijn poten te laten klapperen, en warempel, daar kwam hij toch even van de grond. Nu probeerde hij nog sneller te klapperen. Biggetje zweefde een kort moment een meter van de grond. Hij voelde zich geweldig. Nooit meer gekleefd aan de grond. Als ik maar mijn best doe en hard oefen. Met een schok werd biggetje wakker. Hij had gedroomd maar die dag voelde hij zich licht en gelukkig. Vanavond weer, dacht hij.

Een gedachte over “Biggetje

Plaats een reactie