Avenue

Als het fotoboek Eye Love You van Ed van der Elsken (1977) mij wakker schudt op het oppasadresje, is het voor mij eigenlijk te laat. De jaren zestig zijn inmiddels voorbij. Wat ik in het boek echter zie, zijn de naweeën ervan, in de vrije liefde én het gedonder van de liefde, de emancipatie van de vrouw, heilige mannen in India, toeristen in Zuid-Afrika, armoede, opstand en de politieke strijd in het Chili van Allende. De foto’s zijn voornamelijk gebaseerd op de reizen die Van der Elsken maakt voor Avenue. Het modetijdschrift was geïnspireerd op het toonaangevende Parijse modeblad Vogue en kwam maandelijks door de bus. Het blad bewoog zich tussen populaire en elitaire cultuur en de doelgroep was een welvarend publiek met een behoefte aan luxueuze cultuurproducten. De fotografie speelde een belangrijke rol. Ik denk dat ik het blad door de ogen van mijn moeder zag, de prachtige foto’s en de literaire bijdrages die vanaf 1967 verschenen. Het leven van mijn moeder wil zich eigenlijk ontwikkelen volgens de merites die het blad voorspiegelt. Reizen, en vooral mode en culinaire genoegens zijn mijn moeder op het lijf geschreven. Mijn moeder wil zich het liefst voortbewegen als modieuze vrouw van de wereld met haar namaakwimpers, haarstukjes en tache de beauté. De schijn van de glamourachtige wereld van mijn vader geeft voor de hand liggende maar obligate avondlijke seances. Het schoonheidsideaal wordt ingezet als het werk van mijn vader dat vraagt. In een prachtig avondtoilet komt mijn moeder de trap af, opgemaakt en met haar muiltjes in haar hand. Ze is dan ongeveer een uur boven bezig geweest voor de spiegel met een caballero en een glas sterke drank als zelfbewuste metgezellen. Als ze van de trap afloopt, vraagt ze ons hoe ze eruitziet. ‘Je uiterlijk mocht er eens afvallen’, schreef ik lang geleden. We kunnen alleen maar ademloos staren naar deze prachtige verschijning die dezelfde middag nog lamlendig in bed lag. De betovering is compleet. Ik overdrijf natuurlijk. Maar het laat in een notendop zien welke demonen een rol spelen in het leven van mijn moeder. En dus ook in het leven van ons. Tijdens glamourachtige feestjes wordt mijn moeder, tegen haar natuur in, door mijn vader ingezet als onschuldige gesprekpartner met dubbele agenda. Je weet nooit met wie je zakendoet, zo lijkt mijn vader te denken. En mag het ook, een verzetje als afwisseling van de huiselijke sleur? Arbeid is in de jaren zeventig gesegregeerd naar sekse. Mannen werken buitenshuis en vrouwen doen het huishouden. Alleen typische vrouwenfuncties als verpleegster of bibliothecaresse kunnen uitgeoefend worden, maar het huwelijk of een zwangerschap maakt daar direct korte metten mee. Zo zal het vergaan met mijn moeder. Na de mms doet ze een opleiding voor schoonheidsspecialiste. Ook werkt ze een tijdje als tandartsassistente. Ze is een prachtige jonge vrouw met een onzeker natuur en een geplaagde jeugd met twee liefdeloze ouders. Ze droomt van moederschap en zou het liefst een weesje vinden in het Vondelpark. Als ze nog net op haar negentiende trouwt en op haar twintigste haar eerste kind krijgt is, neemt ze het huishouden op zich met een bestaan aan de aanrecht en de kinderkamer. Maar ze is gelukkig. Ze heeft een ambitieuze, liefdevolle man én ze kan haar ouderlijk huis vaarwelzeggen. Ze is intens blij met haar twee kinderen en ze kijkt alweer met enige afgunst naar andere jonge vrouwen met wandelwagen die ze tegenkomt op weg naar de kruidenier A&O. Inmiddels is de bovenverdieping ingeruild voor een nieuwbouwhuis met drie slaapkamers en een heus tuintje en hebben, ruim twee jaar later en met wat overtuigingskracht richting haar echtgenoot, nog twee kinderen het licht gezien. Het is dan zomer 1968 als Parkstraat 6A wordt ingenomen voor ruim 30.000 gulden. Het huis wordt ingericht met objecten uit de nabije omgeving. Veel huizen in de omgeving van de Parkstraat en de Leestraat worden in die tijd afgebroken, maar niet voordat mijn moeder door nachtelijke tochten de overgebleven inventaris ‘in veiligheid heeft gebracht’. Het geconfisqueerde ‘prinsessenbed’ voor mijn zus wordt goud gespoten, oude Delftse tegeltjes worden afgebikt en prijken dan opeens in onze wc, een staande pendule staat opeens op een bijzettafeltje. Een oude waterpomp wordt gekocht, groen geverfd en tegen een keukenmuurtje geplaatst. Antieke plavuizen vinden hun weg in de keuken en de gang, die vervolgens bij de woonkamer wordt getrokken. Een oude beuken steunbalk wordt door een bevriende metselaar uit een kerk in Limburg gehaald en boven de open haard geplaatst. De huiselijke sleur krijgt opeens een landelijke dimensie. Mijn moeder wordt een binnenhuisarchitect met brocante en andere curiosa.

Een gedachte over “Avenue

Geef een reactie op Mirjam Reactie annuleren