Het menselijk tekort

‘’Je bindt jezelf aan één persoon, één stad, als een kade aan een haven. Het kan elke kade zijn, elke haven. Je ziet ze voorbijglijden, de mannen die je hebt bemind, de vrouwen die je hebt gekend. Maar eigenlijk gaat het om één leven, jouw leven.’ Ze stopte even en zei: ‘Ach, weggaan en nooit meer terugkomen.’ Ze keek lang naar buiten, het was waar ze waarschijnlijk in geloofde. Ik begreep haar niet. Ik heb haar amper gekend, buiten die schaarse momenten van verstandhouding, dat ik haar opzocht, op de fiets, de stad ontvluchtend, richting Amstelveen, door het Vondelpark, het Amsterdamse bos, de vliegtuigen boven mij, de roeibaan, het leven dat zich hier afspeelde door de bezoekjes aan mijn grootvader. Ik trof haar aan in een statelijk fauteuil, groen, meen ik, met haar krant, vergrootglas, het prachtige zilverkleurige haar dat in een symmetrische knot op haar hoofd prijkte. In de familie ging het rond dat ze piano had gestudeerd aan het conservatorium. Ik heb haar daar nooit over gehoord, ik stond er ook niet bij stil waarschijnlijk, en ik kon het haar ook niet meer vragen. Vaak denk ik, met een zweem van spijt, waarom deze prangende vragen mij destijds niet bezighielden, en waarom ik niet doorvroeg. Ik sprak met haar over gewone dingen, politiek, het leven in een verzorgingstehuis. Tot ze viel, gebroken heup, ziekenhuis en lamlendigheid, en haar overlijden. Statig zit ze achter de piano bij het huwelijk van mijn ouders. Hún ouders staan er triomfantelijk naast. Wat zou ze gespeeld hebben? Mijn overgrootmoeder Carolina Amalia Scheepens Toekamp Lammers. Ze was de moeder van mijn grootvader; hij was haar oudste zoon. Ik heb haar gekend, ik maakte meubels in de Jordaan, ik deed maar wat. Ze stelde mijn bezoek op prijs. Dat moet aan het begin van mijn opleiding zijn geweest, want ze sterft op 2 november 1983 op 93-jarige leeftijd. Misschien ook net vóór die opleiding, want na mijn diensttijd ben ik in Amsterdam gaan wonen. Als haar tweede dochter, de laatste van haar vijf kinderen, overlijdt op 18 augustus 2018, krijg ik een schriftje in handen. In hoekige, klassieke letters wordt een familiegeschiedenis ontrafeld, herinneringen van de familie Toekamp Lammers staat erboven. Ze gaan terug tot de 18e eeuw. ‘Weggaan en nooit meer terugkomen.’ 

Hoe pijnlijk is het menselijk tekort. Dat is het beeld dat uit de familiegeschiedenis vorm krijgt, aarzelend in eerste instantie, als een primaat die nog gebogen loopt en zich heel langzaam probeert op te richten, totdat het zich, mens geworden, ten volle toont, en het beeld in beslag neemt. Het beeld van het menselijk tekort dat zich op zoveel terreinen laat zien. Je zou bijna denken dat die betekenisvolle woorden die mijn overgrootmoeder ter berde bracht, aan het eind van haar leven, aan het eind van generaties, uit het raam kijkend naar het oneindige, niet op haar sloegen, maar op de mensheid in het algemeen. Het menselijk tekort als tegenpool van vooruitgang. De ‘condition humaine’. Nu, bijna een halve eeuw later, rijst er nog een ander beeld op uit die geschiedenis: dat begrijpen een belangrijk element is in de strijd tegen het menselijk tekort.

Een gedachte over “Het menselijk tekort

Geef een reactie op Karin Reactie annuleren