Ik

Ik volgde Peet op de voet. Hij veegde zijn voeten op het rieten matje met letters. Ik zal niet zeggen dat het een voorteken was, maar er stond ‘Me’ op. Alsof het universum kenbaar wilde maken dat Peet Grigurescu, docent literatuur aan de universiteit van Boekarest, op deze plek, in dit tijdsbestek, in deze ruimte, constellatie, ter wereld was gekomen om zich een unieke plek toe te eigenen, wat hij deed, probeerde, om daarna als een kaars uit te gaan, door het plots opkomende briesje. Peet liep naar het kraantje en dronk wat water, veegde zijn lippen af en liep op zijn slippers naar het droogrek om te voelen of zijn onderbroeken droog waren. Hij had er drie. 

Zoveel minder vermetel was Peet geworden. Op z’n hoede zou je het kunnen noemen. Je kent het misschien wel, dat overmoedige gevoel dat de wereld aan je voeten ligt, het idee dat je het leven vorm kunt geven, bijna de richting op dirigeert die je zelf wenst, om er dan achter te komen dat dit uiteindelijk resulteert in een wat star geloof, omdat je volhoudt zo te geloven terwijl het leven je al een paar keer teruggefloten heeft, kleine onvoorspelbaarheden, haarscheurtjes in het bestaan. Om uiteindelijk te zwijgen in dat grote gevoel van onvermogen dat als een deus ex machina na het zoveelste levensjaar uit het doosje tevoorschijn komt en je nooit meer verlaat, totdat, als kers op de taart, het licht uitgaat. 

Elke bij bezoekt in zijn leven, dat slechts veertig dagen duurt, 150.000 bloemen. Daarbij produceert hij slechts een theelepeltje honing. 

Plaats een reactie